Diftar: een onterecht taboe in veel gemeenten

Is diftar de heilige graal voor gemeenten om de landelijke (VANG-)doelstellingen* te halen? Wat zijn de ervaringen van De AfvalSpiegel in de meeste gemeenten waarin wij werken? En hoe kijken we aan tegen de risico’s als extra dumpingen of restafval tussen het PMD? Dit is wat wij na twintig jaar diftar zien: een financiële prikkel is zelfs een voorwaarde om die 100 kg te halen.

Sinds eind jaren ’90 groeide het aantal gemeenten dat diftar (gedifferentieerd tarief) inzet, om zo het scheidingspercentage van afval te verhogen en de hoeveelheid restafval te verminderen. Tussen gemeenten ontstonden grote verschillen tussen de tarieven die zij hanteerden. Inmiddels heeft bijna de helft van alle Nederlandse gemeenten een bepaalde vorm van diftar, met name dorpen en kleinere steden.

De vervuiler betaalt
In gemeenten waar diftar is ingevoerd, betaal je voor het aantal keer dat je je afval aanbiedt, en/of voor de hoeveelheid afval. Waar voorheen de hoogte van de afvalstoffenheffing vanuit het solidariteitsprincipe voor iedereen gelijk was, varieert deze wanneer een gemeente diftar eenmaal invoert. Dan bestaat de heffing uit een vast en variabel gedeelte, waarvan je de laatste dus zelf kan beïnvloeden. De vervuiler betaalt.

Diftar heeft vele voordelen. Het leidt tot meer afvalscheiding, minder restafval en tot preventie in het aankoopgedrag van burgers. Goed gedrag wordt beloond en het lijkt een rechtvaardiger systeem, omdat je betaalt voor jouw werkelijke ‘gebruik’. De AfvalSpiegel ziet na al die jaren dat diftar eigenlijk een voorwaarde is om de VANG-doelstelling van 100 kg te halen. Bijna alle gemeenten die deze doelstelling hebben gehaald, voerden namelijk diftar in. De financiële prikkel is onmisbaar om de hoeveelheid afval naar beneden te brengen.

De AfvalSpiegel ziet na al die jaren dat diftar eigenlijk een voorwaarde is om de VANG-doelstelling van 100 kg te halen.

Een onterecht taboe
In sommige gemeenten kun je het woord ‘diftar’ maar beter niet uitspreken. Waar komt deze weerstand onder burgers (of bestuurders) nou eigenlijk vandaan? Los van de investering die de invoer van diftar vergt (identificatie- en meetapparatuur, container management systeem etc.), zijn er allerlei bezwaren die vaak de kop op steken. Ouders met kinderen in de luiers bijvoorbeeld, die hebben altijd meer restafval. En zorgt de invoer van diftar niet ervoor dat burgers hun afval in omliggende gemeenten wegbrengen? Of hun afval in de container van de buurman gooien?

Met name vreest de ‘anti-diftar groep’ een toename van het aantal afvaldumpingen, of vervuiling van het GFT- en PMD-afval. Uit onze ervaringen blijkt juist dat dit niet het geval is. Afvaldumpingen zijn niet bewezen toegenomen na de invoering van diftar. Wel is er altijd een bepaald percentage afval dat ‘verdwijnt’. Wellicht dat mensen hun afval op het werk weggooien, of inderdaad naar vrienden in een andere gemeente brengen. In ieder geval belandt het niet tussen de andere afvalstromen. Uit ons recente onderzoek in opdracht van Rijkswaterstaat blijkt dat diftar geen verband houdt met vervuiling van het PMD-afval. Daar waar tot voor een aantal jaren in  de meeste diftargemeenten ook voor het aanbieden van het GFT-afval moest worden betaald, hebben de meeste gemeenten dit principe inmiddels losgelaten. Dit heeft overigens niet geleid tot meer vervuiling van het GFT-afval dan voorheen of de mate van vervuiling in gemeenten zonder diftar.

Het kostenplaatje
Gedifferentieerd tarief kan ook een rol spelen bij de kostenbeheersing van de afvalstoffenbegroting. Dit is in principe positief, maar kan ook een negatieve kant op gaan. Om ervoor te zorgen dat de begroting in balans is, moeten gemeenten goed overwegen welke kosten ze in het vaste gedeelte van de afvalstoffenheffing behouden en welke in het variabele gedeelte. Het laatste wat je wil is de boodschap naar je burgers overbrengen dat ze meer moeten gaan betalen omdat ze te goed hun afval scheiden. Diftar moet juist leiden tot een besparing op de afvalstoffenheffing. Gelukkig ziet De AfvalSpiegel dat in de meeste gemeenten met diftar uiteindelijk ook de kosten omlaag gaan.

Meer weten?
Wil je meer weten over diftar of wat de ervaringen zijn van De AfvalSpiegel op dit onderwerp? Bel of mail dan Ton Daamen (advies & projectleiding), via ton@deafvalspiegel.nl of 085 773 19 95.

 

* Van 250 kilo naar 100 kilo restafval per inwoner per jaar en 75% scheiding van huishoudelijk afval in 2020. Dat is de ambitie van het Ministerie van IenM, de VNG, de NVRD en Rijkswaterstaat. Zie ook https://www.vang-hha.nl/